Het woord “ego” betekent “ik” en het ego heeft een belangrijke functie in de menselijke ontwikkeling.
De vorming van een zelfbeeld (wat deel uitmaakt van het ego), is een noodzakelijke stap in het proces om de ervaringen in de vroege kindertijd te kunnen leren begrijpen. Een jong kind heeft geen besef of beeld van zichzelf als individu. Het heeft nodig dat de wereld om hem heen, weerspiegelt dat het kind bestaat en wat het kind is. (Een spiegel in de fysieke wereld doet in principe hetzelfde, hij zorgt ervoor dat men zijn eigen gezicht kan waarnemen in de reflectie in de spiegel.) Gebaseerd op die “weerspiegelingen” afkomstig van de mensen die dicht bij het kind staan in de eerste levensjaren (“formative years”) ,wordt een zelfbeeld opgebouwd. Het spreekt voor zich dat de inhoud van het zelfbeeld of ego niet altijd overeenkomt met de realiteit.
Het ego vervult verder nog verschillende andere functies. Zo kan het een “drive” creëren in ons om dingen te willen doen of presteren. Het ego kan op die manier een positieve drijvende kracht zijn, mits het in balans wordt gebracht.
Het ego vervult verder onder andere een functie in het begrijpen van de relatie tussen jou en de wereld om jou heen. Het ego fungeert als brug tussen jouw innerlijke wereld en de buitenwereld. Het ego dient ook om aan de hand van de realiteit af te checken of jouw zelfbeeld (dat zich in je ego bevindt) wel klopt. De realiteit geeft feed-back over de inhoud van het ego en zodoende ook over de relatie tussen het “ik” en de wereld. (Bijvoorbeeld: stel dat je iemand voor het eerst ontmoet en diegene glimlacht niet naar je. Zegt dat iets over jou (zo kijkt je ego ernaar) of over de ander?)
Het ego tracht logica te brengen in hoe wij de wereld ervaren. Het probeert te bepalen wat de relatie is tussen “jou” en de wereld om jou heen. Het toont ons steeds een weergave van de rangschikking die het ziet tussen jouzelf en anderen. Het ego kan moeilijk waarde herkennen in “jou”, puur om wie of wat jij bent. Zelfs wanneer je een gedachte hebt die enkel over jou lijkt te gaan, blijkt dit vaak toch niet het geval te zijn. In de meeste gevallen is zo’n gedachte afgeleid vanuit een vergelijking tussen jou en een ideaalbeeld of andere mensen. ( Het is ook vanuit deze vergelijking dat de bovengenoemde “drive” vanuit het ego kan ontstaan.)
Het komt vaak voor dat de beleving van ons “zelf” totaal één wordt met het ego. In dit geval is het belangrijk om terug te keren naar de positie van observator van het denken/gevoel/ego. Er is enige scheiding nodig tussen het bewustzijn en het ego om het ego te kunnen herkennen en in balans te brengen.
Zonder ego zouden we een heel andere gevoelsbeleving hebben (we zouden niet het gevoel hebben dat we totaal afgescheiden zijn van de wereld om ons heen), maar we zouden ook minder uitdagingen hebben die ons helpen groeien. Het ego is een noodzakelijke en waardevolle stap in onze persoonlijke en spirituele ontwikkeling. De uitdagingen die het ego voor ons creëert,zijn bedoeld om ons te vormen en om ons op weg te helpen naar een grotere spirituele bewustwording.
Jij BENT namelijk niet je ego. Het is niet de bedoeling dat onze groei beperkt blijft tot of door het ego. Het doel is dat wij leren om over het ego te regeren, in plaats van dat het ego over ons regeert.
Als we het ego meester zouden worden, dan zouden we kunnen terugkeren naar een bepaalde beleving van eenheid. Echter, deze terugkeer zou dan gepaard gaan met een verdieping, een dieper besef en diepere gewaarwording, en met het weten dat je toch ook een individu bent in het grotere geheel (eenheid in verscheidenheid).
KIM
25.01.2024